"Je verwacht beter van een minister-president" – Het rapport van minister-president Matthias Diependaele bevoegd voor industriebeleid (N-VA)

Matthias Diependaele (N-VA) is sinds september 2024 Vlaams minister-president. Hij combineert die functie met bevoegdheden voor Economie, Industrie, Buitenlandse Zaken, Innovatie, Digitalisering en Facilitair Management. Als minister-president kiest hij voor een technocratische en sobere stijl, met focus op begrotingsdiscipline. Diependaele stelt teleur als leider. Hij houdt de ploeg niet samen.
Wat doet hij?
Industriebeleid is een kerndossier voor deze legislatuur, en dus voor minister-president Matthias Diependaele. De uitdagingen zijn groot: herstructureringen, internationale concurrentie, stijgende energieprijzen en geopolitieke druk. In dat klimaat lanceerde de Vlaamse regering een eigen industrieel plan.
Daarin staan onder meer maatregelen rond energie, infrastructuur en investeringssteun. Diependaele zet in op competitiviteit en strategische autonomie, en sluit aan bij de Europese industriële plannen, met onder meer fondsen uit het ETS-systeem. Vlaamse bedrijven als ArcelorMittal en Engie halen daar miljoenen uit voor vergroeningstrajecten.
Wat gaat grondig mis?
Op papier sluit het plan aan bij wat ook de SERV (de Vlaamse sociale partners) voorstelt: investeringen, innovatie, infrastructuur, en administratieve vereenvoudiging. Maar op de werkvloer wringt het. Want waar de SERV pleit voor breed sociaal overleg, werkbare jobs en een opleidingsoffensief, blijft het Vlaamse plan vaag of stil. Voor de vakbonden ligt daar net de kern: een industriële transitie kan enkel slagen als werknemers er deel van uitmaken, niet als ze vanop afstand toekijken.
Miranda Ulens, algemeen secretaris Vlaams ABVV: “Zeggen dat je een industriële heropleving wil, maar tegelijk de mensen op de werkvloer negeren: dat is geen beleid, dat is windowdressing. Wie werkbare jobs en echte omscholing negeert, zet niet in op de toekomst, maar legt de kiem voor de volgende herstructurering. Je verwacht beter van een minister-president.”